Richtlijnen voor toegankelijkheid van webcontent

De richtlijnen voor toegankelijkheid van webcontent (in het Engels de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG)) zijn gebaseerd op 4 principes:

  1. Waarneembaar
  2. Bedienbaar
  3. Begrijpelijk
  4. Robuust

De principes zijn onderverdeeld in 13 richtlijnen. Elk van deze richtlijnen is voorzien van toetsbare eisen (of ‘succescriteria’).

Deze toetsbare eisen zijn ingedeeld in 3 conformiteitsniveaus: A, AA en AAA. Deze niveaus zijn ingedeeld op basis van de impact die ze hebben op het ontwerp of de visuele presentatie van de pagina.

Richtlijnen toepassen

Principe 1: Waarneembaar

Zorg dat mensen content kunnen ervaren met de zintuigen die voor hen beschikbaar zijn.

  • Geef niet-tekstuele content een tekstalternatief.
  • Geef filmpjes ondertitels.
  • Geef filmpjes een audiodescriptie als niet alle zichtbare informatie in geluid duidelijk wordt.
  • Geef geluidsfragmenten en filmpjes een transcript.
  • Gebruik betekenisvolle code.
  • Gebruik niet alleen kleur om informatie over te dragen.
  • Gebruik genoeg contrast voor tekst en bedieningselementen.
  • Zorg dat content kan worden herschaald tot 200%.

Principe 2: Bedienbaar

Zorg dat mensen content kunnen bereiken en bedienen, ongeacht de manier waarop ze er gebruik van maken.

  • Zorg dat alle functionaliteit te bereiken en bedienen is met het toetsenbord.
  • Toon de indicator van de toetsenbordfocus.
  • Zorg dat herhalende blokken met content kunnen worden overgeslagen.
  • Geef pagina’s een beschrijvende titel.
  • Geef links een linktekst die het doel van de link beschrijft.
  • Zorg dat koppen het onderwerp van de onderliggende tekst beschrijven.

Principe 3: Begrijpelijk

Zorg dat mensen én software de website kunnen begrijpen.

  • Zorg dat software de taal van de pagina kan bepalen.
  • Zorg dat onderdelen met dezelfde functie steeds dezelfde naam of beschrijving hebben.
  • Zorg dat navigaties op iedere pagina in een vaste volgorde staan.
  • Geef formuliervelden zichtbare en betekenisvolle labels.
  • Laat een formulierveld dat focus krijgt of ingevuld wordt niet zomaar een grote gebeurtenis in gang zetten.
  • Benoem waar de fout zit en wat de fout is bij een verkeerd ingevuld formulierveld.
  • Geef suggesties ter verbetering van de invoer bij een verkeerd ingevuld formulierveld.

Principe 4: Robuust

Zorg dat de code betrouwbaar gelezen en begrepen kan worden door browsers en hulptechnologieën.

  • Gebruik code volgens de specificatie van de programmeertaal.
  • Zorg dat software de naam, rol en waarde van bedieningselementen kan bepalen.
  • Zorg dat software de statusberichten op een pagina kan bepalen.