3.2.2 Bij input

Succescriterium 3.2.2 Bij input

Verandering van de instelling van een component van de gebruikersinterface veroorzaakt niet automatisch een contextwijziging, tenzij de gebruiker geïnformeerd is over het gedrag vóór het gebruik van de component.

Bij input begrijpen (Engelstalig)

Onverwachte veranderingen zijn verwarrend voor iedereen, maar extra hinderlijk voor mensen met een beperking. Stel je voor: je kiest een optie in een keuzelijst en opeens verschijnt er een nieuw scherm, of de hele pagina ververst zonder waarschuwing. Dat is verwarrend.

Als iemand de instelling van een bedieningselement wijzigt, mag er geen contextwijziging optreden, tenzij je de gebruiker van tevoren informeert. Het wijzigen van een instelling is iets anders dan een knop of link activeren. Denk aan het aanvinken van een selectievakje, het kiezen van een optie in een keuzelijst of het invoeren van tekst in een tekstveld.

Hoe pas je dit toe?

  • Laat een bedieningselement waarvan de instelling wordt gewijzigd geen contextwijziging veroorzaken, tenzij de gebruiker vooraf is geïnformeerd.
Contextwijziging

Een contextwijziging is een grote verandering die gebruikers kan desoriënteren. Het gaat om veranderingen in:

  • de user agent (zoals een nieuwe browser openen),
  • het weergavekader (viewport),
  • de focus (zoals het ongevraagd verplaatsen van de focus)
  • of content die de betekenis van de pagina verandert.

Handige tips

  • Leg aan het begin van een formulier uit wat er gebeurt als iemand een instelling wijzigt.
  • Gebruik een verzendknop om een contextwijziging te starten, in plaats van een automatische actie bij het wijzigen van een instelling.

Voor wie is dit belangrijk?

  • Mensen die alleen het toetsenbord gebruiken.
  • Mensen die een fysieke of motorische beperking hebben.
  • Mensen die een schermlezer gebruiken.
  • Mensen die blind of slechtziend zijn.
  • Mensen die een cognitieve, taal- of leerbeperking hebben.

Wie is verantwoordelijk?

Hoe toets je dit?

Testprocedure

Test 1: Formulierelementen

  1. Verken de pagina met toetsenbord
    • Bepaal welke formulierelementen er zijn:
      • Invoervelden
      • Tekstgebieden
      • Selectievakjes
      • Keuzerondjes
      • Keuzelijsten
      • Getalvakken
      • Schuifregelaars
  2. Test elk formulierelement
    • Voer tekst in, vink een selectievakje aan, kies een keuzerondje of verander een andere instelling
    • Verlaat het element met Tab of de pijltoetsen
  3. Controleer voor elk formulierelement:
    • Of er geen nieuw venster of tab opent tijdens het invoeren of wijzigen
    • Of de pagina niet automatisch wordt herladen of vernieuwd
    • Of de focus niet automatisch naar een ander element wordt verplaatst
    • Of er geen nieuw venster of tabblad wordt geopend
    • Of er geen significante verandering van de inhoud plaatsvindt die de betekenis van de pagina verandert en boven de huidige positie is
    • Of er geen formulier automatisch wordt verzonden
  4. Controleer bij een significante verandering van de inhoud:
    • Of nieuwe content onder het element verschijnt dat de verandering activeert
    • Of de focus niet automatisch naar de nieuwe content verplaatst
    • Of de verandering beperkt en goed te volgen is

Alleen als er een contextwijziging plaatsvindt: Controleer of er een duidelijke instructie of waarschuwing is vóór het element dat de contextwijziging veroorzaakt

Beoordeling
  • Het veranderen van een instelling van een formulierelement moet niet leiden tot een contextwijziging

Bronnen

Andere richtlijnen

Laatst gewijzigd op