Resultaten

1.3.1 Info en relaties

Met vormgeving laat je veel structuur zien. Een kop is groot en vet. Een lijst heeft opsommingstekens. Een tabel heeft rijen en kolommen. En een label staat naast het veld waar het bij hoort. Die structuur en die relaties moeten ook in de code staan, of in de tekst zelf. Dan blijven ze bestaan als […]

1.3.5 Identificeer het doel van de input

Leg in de code vast waar een invoerveld voor is. Dat geldt voor velden die gegevens over de gebruiker zelf vragen, zoals naam, e-mailadres, telefoonnummer of adres. Sommige mensen met een cognitieve beperking begrijpen niet altijd uit het label wat ze moeten invullen. Als het doel in de code staat, dan kan de browser de […]

1.4.11 Contrast van niet-tekstuele content

Mensen die slechtziend of kleurenblind zijn, zien onderdelen met weinig contrast slecht of helemaal niet. Denk aan een lichtgrijze rand om een invoerveld of een bleek icoon. Zorg daarom dat bedieningselementen en informatieve afbeeldingen goed te zien zijn tegen de kleuren ernaast. Succescriterium 1.4.11 vraagt een contrastverhouding van minstens 3:1. Bij bedieningselementen gaat het om […]

2.2.1 Timing aanpasbaar

Sommige mensen hebben meer tijd nodig om content te lezen of een taak af te ronden. Denk aan mensen die een schermlezer gebruiken, mensen die slechtziend zijn, en mensen met een motorische, cognitieve of taalbeperking. Een tijdslimiet is alles wat vanzelf gebeurt na een vaste tijd, zonder dat de gebruiker iets doet. Bijvoorbeeld: Ook een […]

2.4.6 Koppen en labels

Koppen en labels beschrijven waar content over gaat of waar een bedieningselement voor is. Zo vinden gebruikers sneller wat ze zoeken. Het gaat om het label dat iedereen ziet: de tekst of het icoon bij een bedieningselement. Koppen en labels hoeven niet lang te zijn. Eén woord of zelfs één teken is genoeg, als het […]

3.2.2 Bij input

Onverwachte veranderingen zijn verwarrend voor iedereen, maar extra hinderlijk voor mensen met een beperking. Stel je voor: je kiest een optie in een keuzelijst en opeens verschijnt er een nieuw scherm, of de hele pagina ververst zonder waarschuwing. Dat is verwarrend. Als iemand de instelling van een bedieningselement wijzigt, mag er geen contextwijziging optreden, tenzij […]

3.3.1 Foutidentificatie

Als iemand een formulier verkeerd invult en de website ontdekt dat automatisch, dan moet de gebruiker in tekst lezen dat er een fout is, waar die zit en wat er fout is. Een rode rand of een icoon alleen is niet genoeg. Een foutmelding beschrijft wat er fout is. Daarnaast moet duidelijk zijn welk veld […]

3.3.2 Labels of instructies

Bij elk formulierelement moet zichtbaar zijn wat je moet invullen of kiezen. Dat doe je met een label, een instructie of allebei. Deze moeten zichtbaar zijn voor álle gebruikers. Denk aan een veld waar je je naam invult. Het woord “Naam” boven het veld is het label. Soms is een label niet genoeg. Geef dan […]

3.3.3 Foutsuggestie

Weet de website hoe de gebruiker een fout kan oplossen? Zet dat dan in de foutmelding. Noem bijvoorbeeld het juiste formaat, het toegestane bereik of de mogelijke waarden. Een paar voorbeelden: Je mag géén suggesties geven als dit de beveiliging in gevaar brengt. Geef bij een verkeerd ingevuld wachtwoord bijvoorbeeld geen hints over wat het […]

3.3.4 Foutpreventie (wettelijk, financieel, gegevens)

Bij sommige acties op een website heeft een fout grote gevolgen. Denk aan een vliegticket voor de verkeerde datum, of een account dat per ongeluk is verwijderd. Zo’n fout is vaak niet meer terug te draaien. Zorg daarom dat gebruikers een fout kunnen voorkomen of herstellen. Bied dan minimaal één van deze opties aan: Dit […]

3.3.7 Overbodige invoer

Vraag in één proces niet twee keer om dezelfde informatie. Is informatie later in het proces opnieuw nodig? Dan moet die informatie: Een voorbeeld: een gebruiker vult op stap 1 een naam in. Op stap 3 is die naam weer nodig. Dan staat de naam daar al ingevuld, of kan de gebruiker hem selecteren. Dit […]

3.3.8 Toegankelijke authenticatie (minimum)

Zorg dat mensen kunnen inloggen zonder iets te onthouden, over te typen of op te lossen. Vraag je dat toch, dan moet je ze daarbij helpen. Sommige mensen met een cognitieve beperking of leerbeperking, zoals dyslexie of dyscalculie, kunnen geen wachtwoord onthouden of een code foutloos overtypen. Zonder hulp komen ze niet binnen. Een cognitieve […]

4.1.3 Statusberichten

Een statusbericht is een korte melding die verschijnt of verandert, zonder dat de focus verplaatst of de pagina opnieuw laadt. Het bericht geeft altijd informatie over één van deze vier dingen: Zorg dat een schermlezer deze berichten automatisch voorleest. Zo krijgt iemand die het bericht niet ziet dezelfde informatie. Dat doe je met een ARIA-rol […]