Resultaten

1.3.4 Weergavestand

Maak je website of app zo dat mensen deze zowel in landschap (liggend) als portret (staand) formaat kunnen bekijken en bedienen. Niet iedereen kan namelijk hun apparaat draaien. Bijvoorbeeld rolstoelgebruikers met een apparaat in een vaste houder. Zorg daarom dat alle functies beschikbaar blijven, ongeacht de oriëntatie van het apparaat. Er zijn een paar uitzonderingen […]

1.4.1 Gebruik van kleur

Gebruik kleur niet als enige middel om informatie over te brengen, een actie aan te geven, tot een reactie op te roepen of een visueel element te onderscheiden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: Dit criterium gaat over mensen die kleuren zien, maar niet allemaal hetzelfde. Mensen die kleuren anders of niet zien (kleurenblindheid), mensen die slechtziend […]

1.4.3 Contrast (minimum)

Tekst met te weinig contrast is een probleem voor iedereen, maar vooral mensen die slechtziend of kleurenblind zijn kunnen deze teksten niet goed zien. Gebruik daarom tekst met een contrastverhouding die hoog genoeg is. De contrastverhouding is een maat voor hoe goed 2 kleuren van elkaar te onderscheiden zijn. Het varieert van 1:1 (minimaal) tot […]

1.4.4 Herschalen van tekst

Webpagina’s moeten zo worden ontworpen dat gebruikers de tekst tot 200% kunnen vergroten. Belangrijkste eis: alles moet leesbaar en bruikbaar blijven. Dus geen overlappende, afgesneden of verdwenen tekst. Mensen die slechtziend zijn vergroten tekst soms om deze beter te kunnen lezen. Zorg daarom dat je website goed meeschaalt als mensen inzoomen. Uitzonderingen zijn: Hoe pas […]

1.4.10 Reflow

Mensen die slechtziend zijn, zoomen soms ver in om tekst te kunnen lezen. Het weergavekader wordt dan smaller. Past de content zich niet aan, dan lopen regels tekst buiten beeld. De gebruiker moet dan voor elke regel heen en weer scrollen en raakt snel de draad kwijt. Zorg daarom dat content bij 400% zoom past […]

1.4.11 Contrast van niet-tekstuele content

Niet-tekstuele onderdelen met te weinig contrast zijn een probleem voor iedereen, maar vooral mensen die slechtziend of kleurenblind zijn kunnen deze onderdelen niet (of niet goed) zien. Gebruik daarom voor niet-tekstuele bedieningselementen en grafische objecten die belangrijk zijn voor het begrijpen van de content een contrastverhouding die hoog genoeg is. Succescriterium 1.4.11 stelt een minimale […]

2.2.2 Pauzeren, stoppen, verbergen

Content die beweegt, knippert of vanzelf verandert, trekt de aandacht weg van de rest van de pagina. Mensen met een aandachts- of concentratiestoornis kunnen zich dan slecht richten op de andere content. Bewegende tekst is ook lastig voor mensen die langzaam lezen of bewegende dingen moeilijk kunnen volgen. Denk aan een carrousel, een animatie of […]

2.3.1 Drie flitsen of beneden drempelwaarde

Flitsende content kan bij mensen met fotosensitieve epilepsie een aanval veroorzaken. Daarom mag content niet vaker dan 3 keer per seconde flitsen. Een flits is een snelle wisseling van licht naar donker en weer terug, of andersom. Flitsen van en naar fel rood zijn extra gevaarlijk. Flitst content toch vaker dan 3 keer per seconde? […]

2.4.7 Focus zichtbaar

Alle elementen die de toetsenbordfocus krijgen, moeten een zichtbare focusindicator hebben. Een focusindicator laat zien welk element de focus heeft. Vaak is dat een rand om het element. Mensen die het toetsenbord gebruiken, kunnen zo zien waar ze op de pagina zijn en weten welk element reageert als ze op Enter of de Spatie drukken. […]

2.5.1 Aanwijzergebaren

Werkt een functie op je website met een gebaar van meerdere vingers? Of met een beweging langs een vast pad? Zorg dan dat dezelfde functie ook werkt met één aanwijzer, zonder vast pad. Bijvoorbeeld met: Het gaat om twee soorten gebaren: Niet iedereen kan deze gebaren maken. Sommige mensen bedienen een touchscreen met één vinger, […]

2.5.4 Bewegingsactivering

Zorg dat functionaliteit op je website niet alleen werkt door beweging. Het gaat om twee soorten beweging: Sommige gebruikers kunnen hun apparaat niet goed vasthouden of bewegen. Bijvoorbeeld mensen die een rolstoel gebruiken met het apparaat in een vaste houder. Zij hebben een bedieningselement nodig, zoals een knop, dat hetzelfde doet. Andere gebruikers bewegen hun […]

2.5.7 Sleepbewegingen

Werkt een functie op je website met slepen? Zorg dan dat dezelfde functie ook werkt zonder slepen, met één aanwijzer. Bijvoorbeeld met tappen of klikken. Bij slepen doe je vier dingen: Voorbeelden van slepen zijn: Niet iedereen kan slepen. Sommige mensen gebruiken een trackball, een hoofdaanwijzer, oogbesturing of een muis die ze met spraak bedienen. […]

2.5.8 Grootte van het aanwijsgebied (minimum)

Het aanwijsgebied van een bedieningselement moet groot genoeg zijn. Het aanwijsgebied is het deel van het scherm waarop je kunt klikken of tikken, zoals een knop of een link. Mensen die een fysieke of motorische beperking hebben, kunnen kleine bedieningselementen niet altijd precies aanwijzen met een muis of vinger. Bijvoorbeeld door trillende handen, of omdat […]

3.2.3 Consistente navigatie

Een consistente indeling maakt websites beter te navigeren en te begrijpen. Dit helpt gebruikers te begrijpen waar ze bepaalde knoppen of menu’s kunnen vinden. Het helpt hen om snel te vinden wat ze zoeken zonder elke keer de hele pagina te moeten scannen. Dit is vooral fijn voor mensen die maar een klein deel van […]

3.2.6 Consistente hulp

Als je website hulp aanbiedt op meerdere pagina’s, zet die hulp dan dan steeds op dezelfde plek in de volgorde van de pagina. Staat de link “Contact” op de ene pagina in de header, direct na het logo? Dan moet hij op de andere pagina’s ook daar staan. Onder hulpfuncties vallen: Een link naar een […]

3.3.2 Labels of instructies

Bij elk formulierelement moet zichtbaar zijn wat je moet invullen of kiezen. Dat doe je met een label, een instructie of allebei. Deze moeten zichtbaar zijn voor álle gebruikers. Denk aan een veld waar je je naam invult. Het woord “Naam” boven het veld is het label. Soms is een label niet genoeg. Geef dan […]