Toegankelijke filmpjes en geluidsfragmenten

Met filmpjes en geluidsfragmenten kun je informatie op een snelle en eenvoudige manier overbrengen. Maar deze media zijn niet door iedereen goed te gebruiken, bijvoorbeeld als iemand niet (goed) kan horen of zien door een functiebeperking. Zorg dus altijd voor een toegankelijk alternatief.

Ook voor mensen zonder functiebeperking is zo’n alternatief vaak handig. Zo is een filmpje mét ondertitels ook goed te volgen in de stiltecoupé van de trein.

In de richtlijnen voor toegankelijkheid van webcontent wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van media:

  • Geluidsfragmenten
  • Stille animaties (of andere filmpjes zonder geluid)
  • Filmpjes

Elementen van toegankelijke media

De elementen van toegankelijke geluidsfragmenten, animaties en filmpjes bestaan onder andere uit:

  • Tekstalternatief
  • Geluidsspoor
  • Ondertitels
  • Audiodescriptie
  • Transcript
  • Gebarenvertolking

Tekstalternatief

Media valt onder de noemer ‘niet-tekstuele content’ en moet daarom, net zoals afbeeldingen, ook een tekstalternatief krijgen. Met een kort tekstalternatief kunnen mensen bepalen waar het fragment over gaat en wat ze er mee willen doen. Ook als ze gebruik maken van een schermlezer of andere vorm van hulptechnologie.

Een kort tekstalternatief kan bijvoorbeeld worden toegevoegd met een goede koptekst boven het bestand of een korte omschrijving in de omringende tekst.

Geluidsspoor

Een geluidsspoor is het volledige geluid dat bij een filmpje hoort. Bij een filmpje zonder geluid (zoals een animatie) kun je een geluidsspoor toevoegen dat beschrijft wat er in beeld gebeurt. Zie het als een ingesproken versie van het filmpje.

Een geluidsspoor is dus iets anders dan audiodescriptie. Audiodescriptie vult een bestaand geluidsspoor aan tijdens pauzes. Een geluidsspoor bij een filmpje zonder geluid is het hoofdgeluid zelf.

Een geluidsspoor maakt filmpjes zonder geluid toegankelijk voor mensen die blind of slechtziend zijn.

Zorg dat een geluidsspoor:

  • duidelijk te verstaan is
  • alle zichtbare tekst in beeld benoemt
  • alle belangrijke beelden en gebeurtenissen beschrijft

Laat het geluidsspoor bij voorkeur gelijk lopen met het beeld. Dat is geen eis: een los geluidsfragment naast het filmpje mag ook.

Ondertitels

Ondertitels zijn een tekstversie van de gesproken tekst in een filmpje. Ze verschijnen tegelijk met het beeld. In ondertitels voor doven en slechthorenden staan óók alle belangrijke geluiden, zoals geluidseffecten of achtergrondgeluid dat nodig is om het filmpje te begrijpen.

Ondertitels zijn nodig voor mensen die doof of slechthorend zijn. Je hebt ze alleen nodig als er gesproken tekst of belangrijke geluiden in het filmpje zitten. Bij een animatie zonder geluid is dit niet nodig.

Je kunt ondertitels toevoegen aan het beeld van een filmpje (open captions) of met een apart ondertitelbestand (closed captions). Met een apart ondertitelbestand kan de kijker de ondertitels meestal zelf aan- en uitzetten.

Zorg dat ondertitels:

  • zo veel mogelijk gelijk lopen met het geluid
  • alle gesproken tekst bevatten
  • alle belangrijke geluiden beschrijven
  • aangeven wie er spreekt als dat niet in beeld te zien is
  • beschrijven waar een geluid vandaan komt als dat niet in beeld te zien is
  • geen belangrijke informatie in beeld bedekken

Daarnaast helpt het om:

  • geluiden tussen [vierkante haken] of (ronde haakjes) te zetten
  • de manier van spreken te beschrijven, zoals schreeuwen of fluisteren, als dat iets zegt over de betekenis
Info

Je hoeft ondertitels niet woord voor woord over te nemen. Je mag zinnen eventueel iets herschrijven als de betekenis maar gelijk blijft. Laat bijvoorbeeld weg:

  • stopwoordjes (“oké, dus, eigenlijk..”)
  • herhalingen (“ik bedoel, ik bedoel dat..”)
  • aarzelingen (“eh”, “uhm”, “dus eigenlijk..”)

Audiodescriptie

Een audiodescriptie is een gesproken tekst, of een voice-over, die de belangrijke zichtbare informatie in een filmpje beschrijft als deze niet uit alleen het geluid te begrijpen is. Dat kan bijvoorbeeld gaan over tekst die in het filmpje te zien is, maar ook over veranderingen in omgeving of personage of over handelingen die worden uitgevoerd.

Zo maak je filmpjes toegankelijk voor mensen die blind of slechtziend zijn.

Een audiodescriptie hoort bij filmpjes mét geluid. Je voegt de gesproken beschrijving toe tijdens pauzes in de dialoog, zodat de beschrijving niet door de gesproken tekst heen loopt.

Je hebt geen audiodescriptie nodig als alles wat in beeld te zien is, ook wordt uitgesproken in het geluid. Er is dan namelijk niks extra’s om te beschrijven. Twijfel je? Beluister het filmpje met je ogen dicht. Mis je dan belangrijke informatie, dan heb je een audiodescriptie nodig.

Je kunt een audiodescriptie toevoegen aan het geluid van het filmpje, als tweede geluidsspoor of als aparte versie van het filmpje. Een tweede geluidsspoor werkt nog niet (goed) op de grote videoplatformen. Een aparte versie met een duidelijke link ernaartoe werkt wel overal.

Zorg dat audiodescripties:

  • duidelijk te verstaan zijn
  • zo veel mogelijk gelijk lopen met het beeld
  • in de taal van het filmpje of de pagina zijn
  • alle belangrijke zichtbare tekst in beeld benoemen
  • alle belangrijke beelden en gebeurtenissen beschrijven
  • benoemen wie er spreekt als dat niet uit het geluid blijkt

Laat de kijker bij voorkeur zelf kiezen of die de audiodescriptie hoort. Dat kan met een schakelbare optie in de mediaspeler of met een aparte versie van het filmpje.

Transcript

Een transcript is een uitgeschreven versie van de gesproken tekst en de belangrijke geluiden in een filmpje of geluidsfragment. Het beschrijft wat er te zien en te horen is, wat er gezegd wordt en ook door wie.

Een transcript maakt geluidsfragmenten en filmpjes (met en zonder geluid) toegankelijk voor mensen die blind, slechtziend, doof of slechthorend zijn. Ook mensen die doofblind zijn kunnen een transcript lezen, met een brailleleesregel.

Dit kan bijvoorbeeld door een uitgebreide beschrijving toe te voegen in de buurt van het mediabestand.

Zorg dat transcripten:

  • in de buurt van het mediabestand staan of te bereiken zijn via een duidelijke link
  • alle gesproken tekst bevatten
  • alle belangrijke geluiden beschrijven
  • alle zichtbare tekst in beeld bevatten
  • alle belangrijke beelden en gebeurtenissen beschrijven
  • alles in dezelfde volgorde bevatten als het mediabestand
  • bij meerdere sprekers aangeven wie er spreekt
  • in de taal van het mediabestand of de pagina zijn
  • alle links en keuzes uit het filmpje bevatten

Daarnaast helpt het om beschrijvingen van beelden en geluiden tussen [vierkante haken] of (ronde haakjes) te zetten.

Gebarenvertolking

Gebarentaalvertolking is een vertaling van gesproken tekst naar gebarentaal. In Nederland is dat de Nederlandse Gebarentaal (NGT). Deze taal gebruikt bewegingen van de handen en armen en gezichtsuitdrukkingen.

Voor mensen die doof zijn en gebarentaal als eerste taal hebben, is gebarentaal vaak makkelijker te volgen dan ondertitels. Gebarentaalvertolking is een eis op niveau AAA (1.2.6 Gebarentaal (vooraf opgenomen)) en is dus niet wettelijk verplicht.

Welk alternatief heb ik nodig?

Welk alternatief je nodig hebt, hangt af van het type media en of het live of vooraf opgenomen is. Gebruik de beslisboom om te bepalen wat in jouw situatie van toepassing is.

Vereisten voor toegankelijke filmpjes en geluidsfragmenten

Niet alle onderdelen zijn verplicht volgens de WCAG niveau AA. Niveau AA is de geldende verplichting vanuit de Nederlandse wetgeving. De onderdelen die wel verplicht zijn:

  • Geef mediabestanden een kort tekstalternatief
  • Geef geluidsfragmenten een transcript
  • Geef filmpjes zonder geluid (zoals animaties) een transcript of geluidsspoor
  • Geef filmpjes met geluid ondertitels voor doven en slechthorenden
  • Geef filmpjes met geluid een audiodescriptie als niet alle zichtbare details uit het geluid te begrijpen zijn
Toegankelijk alternatief per niveau
Type mediaOpnameSuccescriteriumAlternatief
GeluidsfragmentVooraf opgenomen1.2.1 (A)Transcript
Live1.2.9 (AAA)Live tekstversie of script
Filmpje zonder geluidVooraf opgenomen1.2.1 (A)Transcript of geluidsspoor
1.2.8 (AAA)Transcript
FilmpjeVooraf opgenomen1.2.2 (A)Ondertitels voor doven en slechthorenden
1.2.3 (A)Audiodescriptie of transcript
1.2.5 (AA)Audiodescriptie
1.2.6 (AAA)Gebarentaal
1.2.7 (AAA)Verlengde audiodescriptie
1.2.8 (AAA)Transcript
Live1.2.4 (AA)Ondertitels voor doven en slechthorenden
Overzicht toegankelijk alternatief per type media

Uitzonderingen

Voor live uitgezonden filmpjes bestaat een uitzondering in de Nederlandse wetgeving. Als het filmpje ná de uitzending online blijft staan of ergens opnieuw wordt gepubliceerd dan moet deze wél toegankelijk worden gemaakt.

Andere eisen voor toegankelijke media

Tot slot nog een paar tips voor het maken van toegankelijke filmpjes en geluidsfragmenten:

  • Laat geluid niet automatisch langer dan 3 seconden afspelen. Speelt het toch automatisch af? Geef dan een mechanisme om het geluid te pauzeren of te stoppen, of om het volume los van het systeemvolume te regelen. Dit is een eis van succescriterium 1.4.2 Geluidsbediening (niveau A).
  • Start een filmpje automatisch en duurt het langer dan 5 seconden? Geef dan een mechanisme om het te pauzeren, te stoppen of te verbergen. Dit is een eis van succescriterium 2.2.2 Pauzeren, stoppen, verbergen (niveau A).
  • Zorg dat je de hele mediaspeler kunt bedienen met het toetsenbord. Denk aan afspelen, pauzeren, volume en ondertitels aanzetten. Dit is een eis van succescriterium 2.1.1 Toetsenbord (niveau A).
  • Laat content niet meer dan 3 keer per seconde flitsen, of blijf onder de drempelwaarde. Dit is een eis van succescriterium 2.3.1 Drie flitsen of beneden drempelwaarde (niveau A).
  • Gebruik genoeg contrast voor tekst, zoals ondertitels. Dit is een eis van succescriterium 1.4.3 Contrast (minimum) (niveau AA).
  • Gebruik genoeg contrast voor niet-tekstuele bedieningselementen in de mediaspeler, zoals knoppen en de voortgangsbalk. Dit is een eis van succescriterium 1.4.11 Contrast van niet-tekstuele content (niveau AA).
  • Gebruik niet alleen kleur om informatie over te brengen. Dit is een eis van succescriterium 1.4.1 Gebruik van kleur (niveau A).

Gerelateerde succescriteria

Dit artikel behandelt de volgende WCAG-succescriteria:

Laatst gewijzigd op

Niek Derksen

Ik ben onderzoeker digitale toegankelijkheid bij WCAG.nl, onderdeel van VoorMeerWaarde. In ruim 8 jaar heb ik meer dan 400 toegankelijkheidsonderzoeken uitgevoerd voor overheidsorganisaties en commerciële bedrijven. De inzichten uit die onderzoeken deel ik op deze website.

Vragen of aanvullingen? Laat het weten

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *