Iedereen kijkt naar WCAG 2.2. Logisch, want dat is een hele goede basis voor toegankelijke websites. Maar de rest van EN 301 549 is minstens net zo belangrijk. Deze week is er een nieuwe versie gepubliceerd: eisen zijn verbreed, geschrapt en aangescherpt.
In dit artikel loop ik de wijzigingen kort langs.
Welke versie telt?
Er zijn meerdere versienummers van EN 301 549 in omloop. Dat kan verwarrend zijn.
V3.2.1 is de versie uit maart 2021. Die is heel lang de standaard geweest. In november 2025 kwam er een nieuw concept. In juni 2026 volgde een tweede concept, alleen nog voor de stemming. De nationale normalisatie-instituten hebben dat concept op 24 augustus 2026 aangenomen. Daar is EN 301 549 V4.1.1 uit voortgekomen, de versie die ETSI nu heeft gepubliceerd.
Er zijn ook twee momenten die je goed uit elkaar moet houden:
- ETSI publiceert de norm: Vanaf nu kun je het lezen en gebruiken.
- De Europese Commissie noemt de norm in het Publicatieblad van de EU: Pas dan geldt de norm als de standaard voor de Web Accessibility Directive en de European Accessibility Act.
Tot dat tweede moment is V3.2.1 met WCAG 2.1 nog de norm waarop overheden worden beoordeeld. Bij de vorige update naar een nieuw versienummer was er een overlap van een paar maanden. Reken nu op iets vergelijkbaars.
De norm zelf noemt nog twee belangrijke datums. Landen moeten de norm uiterlijk 30 november 2026 aankondigen en uiterlijk 31 mei 2027 publiceren als nationale norm.
Daar hoef je natuurlijk niet op te wachten. Je kunt nu alvast beginnen met de nieuwe eisen.
WCAG 2.2 wordt de basis
Hoofdstuk 9 (web), hoofdstuk 10 (niet-web documenten) en hoofdstuk 11 (niet-web software, waaronder mobiele apps) verwijzen nu naar WCAG 2.2. Er komen zes succescriteria bij:
- 2.4.11 Focus niet bedekt (minimum)
- 2.5.7 Sleepbewegingen
- 2.5.8 Grootte van het aanwijsgebied (minimum)
- 3.2.6 Consistente hulp
- 3.3.7 Overbodige invoer
- 3.3.8 Toegankelijke authenticatie (minimum)
Succescriterium 4.1.1 Parsen vervalt nu helemaal.
Welke eisen gelden voor jou?
WCAG is maar een deel van het verhaal. EN 301 549 bevat honderden eisen. Die gaan over websites, apps, documenten, software, hardware en communicatiediensten. Je hoeft eigenlijk nooit aan allemaal te voldoen. Welke eisen op jouw situatie van toepassing zijn, hangt af van je product en van de wet waar je onder valt.
Daarvoor bestaan de tabellen in de bijlage. De tabellen noemen precies die eisen die bij één wet en één soort ICT horen.
V3.2.1 had één set tabellen: bijlage A. Die hoort bij de Web Accessibility Directive. Tabel A.1 gaat over webcontent, tabel A.2 over mobiele apps.
V4.1.1 heeft daarvoor bijlage A. Die bijlage is een wegwijzer met twee onderdelen, één per wet:
- Clausule A.1 gaat over de Web Accessibility Directive. Hier staan geen tabellen. Dit onderdeel stuurt je door naar bijlage ZA. Tabel ZA.1 gaat over webcontent, tabel ZA.2 over mobiele apps. Bijlage ZA is de opvolger van de oude bijlage A.
- Clausule A.2 gaat over de European Accessibility Act. Hier staan de tabellen zelf: tabel A.1 tot en met A.5. Elke tabel hoort bij een soort ICT. Tabel A.1 gaat over webpagina’s, A.2 over niet-web documenten, A.3 over niet-web software, A.4 over hardware. Tabel A.5 geldt voor alle ICT.
Waarom is dat niet hetzelfde opgebouwd? De Web Accessibility Directive gaat maar over twee dingen: websites en apps. Twee tabellen zijn dan genoeg. De European Accessibility Act gaat over veel meer soorten producten en diensten. Eén product kan bovendien in meerdere categorieën vallen. Daarom zijn die tabellen gesorteerd op soort ICT.
(Pas op met de tabelnummers. In V3.2.1 was tabel A.1 de tabel voor webcontent onder de Web Accessibility Directive. In V4.1.1 is tabel A.1 de tabel voor webpagina’s onder de European Accessibility Act. Zelfde naam, andere wet.
Wat verandert er nog meer?
Buiten de bijlagen verandert er nog van alles. De meeste wijzigingen raken makers van software en van communicatiediensten.
- De eisen voor authoring tools gelden nu voor veel meer producten: Een authoring tool is software waarmee je content maakt. De eisen stonden in 11.8, bij de niet-web software. Nu staan ze in 5.10, bij de generieke eisen. Ze gelden dus voor alle ICT. En de voorwaarde is verbreed: elk product met authoring-functionaliteit telt mee, ook een reactieveld of een profielbewerker.
- Een editor die fouten kan herkennen, moet ook een oplossing bieden: Meldt je editor dat een afbeelding geen tekstalternatief heeft? Dan moet het ook vertellen hoe de redacteur dat oplost. De eis geldt niet meer alleen voor tools met een aparte toegankelijkheidscontrole.
- Bied je beeldbellen? Dan moet er real-time text bij: Als je spraak én video aanbiedt, dan moet er ook een tekstkanaal bij.
- Gebruikers moeten een tekstgesprek kunnen teruglezen: Bij real-time text moet iemand de hele tekst terug kunnen lezen terwijl het gesprek loopt. Is het gesprek opgenomen? Dan ook na afloop.
- De eis over ondersteunende diensten is verdwenen: De eis dat je helpdesk moest inspelen op de communicatiebehoeften van mensen met een beperking is er niet meer. Wat wel blijft: informatie over een product of dienst in digitale vorm moet toegankelijk zijn (voldoen aan hoofdstuk 9, 10 of 11).
Veel eisen zijn verhuisd naar een ander hoofdstuk. Let daarop bij het bijwerken van je documenten. Sommige nummers bestaan nog, maar hebben een andere invulling gekregen.