Soms lukt het niet om content volledig toegankelijk te maken. Denk aan een complexe interactieve grafiek, een PDF met een lastige opmaak of een ingewikkeld formulier. Mag je dan een aparte toegankelijke versie aanbieden? Ja, dat mag. Maar alleen als je aan strenge voorwaarden voldoet.
In de WCAG heet dit officieel een conforme alternatieve versie. In het Nederlands zeggen we ook wel: een toegankelijk alternatief. Het idee is dat je ontoegankelijke content aanbiedt in een versie die wél volledig toegankelijk is.
Klinkt als een makkelijke oplossing maar dat valt tegen. Er zijn goede redenen waarom dit een laatste redmiddel is en geen standaardoplossing.
Wanneer mag het?
Een toegankelijk alternatief is bedoeld voor situaties waarin je de originele content niet toegankelijk kunt maken. Niet voor situaties waarin je het niet wilt of er geen tijd voor hebt.
Denk aan deze voorbeelden:
- Een interactieve grafiek die technisch niet volledig toegankelijk te maken is. Je biedt daarnaast een toegankelijke tabel met dezelfde data.
- Een gescande PDF die je niet opnieuw kunt opmaken. Je biedt daarnaast een toegankelijke HTML-pagina met dezelfde tekst.
- Een complex formulier dat afhankelijk is van een ontoegankelijk systeem. Je biedt daarnaast een eenvoudiger en toegankelijk formulier aan dat dezelfde functie heeft.
De WCAG zegt duidelijk: maak bij voorkeur de originele versie toegankelijk. Een alternatieve versie is nooit de eerste keuze.
Voorwaarden
Een toegankelijk alternatief moet aan vier voorwaarden voldoen:
1. Voldoet aan het vereiste WCAG-niveau
De alternatieve versie moet volledig voldoen aan het gevraagde conformiteitsniveau. Voor de meeste Nederlandse organisaties is dat WCAG 2.1 of 2.2 op niveau AA. Het heeft geen zin om een “toegankelijk alternatief” aan te bieden dat zelf ook toegankelijkheidsproblemen bevat.
2. Bevat dezelfde informatie en functionaliteit
De alternatieve versie moet precies dezelfde informatie bevatten. En als de originele versie functies heeft (zoals zoeken, filteren of bestellen), dan moet het alternatief die functies ook bieden. Een PDF met 30 pagina’s aan onderzoeksresultaten vervangen door een samenvatting van 5 regels is geen geldig alternatief.
De taal moet ook hetzelfde zijn. Bied je de originele versie in het Nederlands aan? Dan moet het alternatief ook in het Nederlands zijn. Heb je de content in meerdere talen? Dan heb je voor elke taal een eigen toegankelijke alternatieve versie nodig.
3. Is net zo actueel
Pas je de originele content aan? Dan moet je het alternatief op hetzelfde moment bijwerken. Dit is in de praktijk het lastigste punt. Twee versies van dezelfde content up-to-date houden kost veel tijd en gaat vaak mis.
4. Is bereikbaar
Bezoekers moeten het alternatief makkelijk kunnen vinden. De WCAG beschrijft drie manieren:
- Een link op de ontoegankelijke pagina: Je plaatst bovenaan de pagina een duidelijke link naar de toegankelijke versie. Dit is de meest gebruikte methode.
- De ontoegankelijke versie is alleen bereikbaar via de toegankelijke versie: Bezoekers komen altijd eerst op de toegankelijke pagina. Alleen vanaf daar kunnen ze doorklikken naar de andere versie.
- Via een tussenpagina: Een toegankelijke tussenpagina linkt naar beide versies. Bezoekers komen dus nooit direct op de ontoegankelijke pagina terecht.
Non-interferentie
Ontoegankelijke content op een pagina mag er niet voor zorgen dat je de rest van de pagina niet meer kunt gebruiken. Dat is de kern van non-interferentie: vier succescriteria gelden altijd, voor alle content op de pagina.
Het PDF-voorbeeld
Het meest voorkomende voorbeeld in de praktijk is de combinatie van een PDF met een HTML-pagina: Je hebt een PDF die niet (volledig) toegankelijk is en daarnaast bied je een HTML-pagina aan met exact dezelfde inhoud.
Dit werkt goed, maar let op:
- Maak bij voorkeur de HTML-versie de standaardversie: Zet de HTML-content op je website en bied de PDF aan als downloadoptie. Dat maakt het voor bezoekers het makkelijkst om bij de toegankelijke versie te komen.
- Houd beide versies synchroon: Elke wijziging in de PDF moet je ook doorvoeren in de HTML-versie, en andersom.
- Link vanuit de PDF naar de HTML-pagina: Opent iemand toch eerst de PDF? Dan kan diegene alsnog de toegankelijke versie vinden.
Publiceer content bij voorkeur direct op een webpagina (HTML) in plaats van als PDF. Pas als dat echt niet kan, is een aparte PDF met een toegankelijk HTML-alternatief een acceptabele oplossing.
In de wet
Zowel de Wet digitale overheid als de Europese toegankelijkheidswet (EAA) verwijzen naar de Europese standaard EN 301 549. Deze standaard neemt de conformiteitseisen van WCAG 2.1 over, inclusief de mogelijkheid van een conforme alternatieve versie.
De wetten kennen ook het begrip “onevenredige last”. Een organisatie die hier een beroep op doet, moet in haar toegankelijkheidsverklaring aangeven welke onderdelen niet toegankelijk zijn, waarom niet, en welke toegankelijke alternatieven beschikbaar zijn.
De boodschap vanuit zowel de WCAG als de Nederlandse wetgeving is duidelijk: maak de primaire versie toegankelijk. Een alternatief is een uitwijkmogelijkheid als het echt niet anders kan.
Checklist toegankelijk alternatief
Werk je met content die niet volledig toegankelijk is? Ga dan dit rijtje af:
- Kun je de content direct op een toegankelijke webpagina publiceren? Doe dat dan. Dat is altijd de beste optie.
- Kun je de originele content zelf toegankelijk maken? Dat is de tweede keuze. Denk aan het taggen van een PDF of het toevoegen van ondertitels aan een filmpje.
- Kun je een toegankelijk alternatief bieden? Zorg dan dat het alternatief aan alle vier de voorwaarden voldoet: juiste WCAG-niveau, dezelfde content, even actueel en goed bereikbaar.
- Voldoet de originele pagina aan non-interferentie? Controleer altijd de vier succescriteria voor non-interferentie.