Auditieve beperking

Mensen met een auditieve beperking hebben een gehoor dat in enige mate beperkt is. Hieronder vallen slechthorendheid en doofheid. Dove mensen hebben geen gehoor (meer) in beide oren. Slechthorende mensen hebben verminderd gehoor in één of beide oren.

Hierdoor is informatie die alleen via audio wordt overgebracht niet of beperkt toegankelijk voor mensen met een auditieve beperking, vooral als er achtergrondgeluid aanwezig is.

Mensen met een auditieve beperking maken onder andere gebruik van:

  • een transcript van de aanwezige audio, of een transcript of ondertiteling bij video;
  • een mediaspeler waarbij de tekstgrootte en tekstkleur van ondertiteling kan worden aangepast;
  • de mogelijkheid om het volume van audio te stoppen, pauzeren of aan te passen.

Voor veel mensen met een auditieve beperking is gebarentaal de eerste taal. Een gebarentolk biedt dan een oplossing. Maar er is ook een groep mensen met een auditieve beperking die (nog) geen gebarentaal kan. Deze groep bestaat bijvoorbeeld uit ouderen en mensen die recent doof of slechthorend zijn geworden.

In Nederland zijn naar schatting 1,5 miljoen doven en slechthorenden volgens de Stichting Hoormij (externe link).

Voorbeelden van drempels

  • Audio zonder tekstueel alternatief, of video zonder tekstueel alternatief of ondertiteling.
  • Mediaspelers die geen ondertiteling weergeven en die geen volumeregeling bieden.
  • Mediaspelers die geen opties bieden voor het aanpassen van de tekstgrootte en kleuren van de bijschriften.
  • Web-gebaseerde diensten, waaronder webapplicaties, die alleen afhankelijk zijn van interactie met behulp van spraak.