Visuele beperking

Visuele beperkingen komen in verschillende vormen voor. Sommige mensen zijn licht- of matig slechtziend in één of beide ogen. Anderen hebben ernstig zichtverlies of zijn volledig blind. Ook zijn er mensen die moeite hebben met kleuren onderscheiden of extra gevoelig zijn voor fel licht.

Mensen met een visuele beperking passen hun browser vaak aan hun eigen behoeften aan. Ze zoomen bijvoorbeeld in op een pagina of veranderen kleuren en lettertypen. Anderen gebruiken een schermlezer die tekst omzet in spraak of braille. Toetsenbordnavigatie is daarbij cruciaal, omdat zij een muis niet of niet goed kunnen gebruiken.

Ze lopen op problemen als informatie alleen visueel wordt overgebracht.

Varianten

Er zijn verschillende soorten visuele beperkingen:

  • Blindheid omvat verschillende gradaties van zichtverlies. Sommige mensen zijn volledig blind en zien helemaal niets. Anderen kunnen wel licht en donker onderscheiden of grote vormen waarnemen. Maar ze kunnen geen tekst lezen of gezichten herkennen.
  • Kleurenblindheid betekent moeite met het onderscheiden van kleuren. Deze mensen zien bepaalde kleuren als (bijna) hetzelfde.
  • Slechtziendheid is zichtverlies dat niet te corrigeren is met een bril of lenzen. Slechtziende mensen hebben vaak vergroting nodig om tekst te lezen. Sommigen hebben hoge contrastverhoudingen nodig.
  • Perifeer zichtsverlies betekent dat iemand alleen centraal ziet en het buitenste gezichtsveld mist. Dit staat ook wel bekend als tunnelvisie.
  • Fotophobie is overgevoeligheid voor licht. Mensen met fotophobie ervaren felle schermen of hoge helderheid als pijnlijk. Ze schakelen bijvoorbeeld de donkere modus in of verlagen de helderheid.
  • Doofblindheid is een combinatie van doofheid én blindheid. Deze mensen hebben problemen met horen en zien. Dat maakt websites extra uitdagend.

Ongeveer 1 op de 12 mannen (ongeveer 8%) en 1 op de 250 vrouwen (ongeveer 0,4%) heeft een vorm van kleurenblindheid.

oogvereniging.nl

Drempels

Veelvoorkomende drempels op een website:

  • Afbeeldingen zonder tekstalternatief.
  • Filmpjes zonder audiodescriptie.
  • Informatie die alleen met vormgeving wordt overgebracht.
  • Tekst en bedieningselementen met te laag contrast.
  • Content die niet kan worden vergroot.
  • Koppen die niet de onderliggende tekst beschrijven.
  • Functionaliteit die niet bedienbaar is met alleen toetsenbord.
  • Bedieningselementen zonder zichtbare focusindicator.
  • Ontbrekende skiplinks.
  • Taal die in de code niet juist is ingesteld.

Hulpmiddelen

Hulpmiddelen bij het gebruik van een computer of telefoon:

  • Schermlezer
    • Brailleleesregel
    • Voorleessoftware
  • Toetsenbord
  • Spraakbesturingssoftware
  • Schermvergroter
  • Beeldschermloep
  • Voelbare feedback
  • Hoge contrastmodus / geforceerde kleuren

Praktijkvoorbeelden