Een toegankelijk alternatief is een andere route naar dezelfde informatie of dienst, voor als de digitale versie niet toegankelijk is. Denk aan hulp per telefoon, aan de balie of op papier. Het alternatief hoeft dus niet digitaal te zijn.
Het is een laatste redmiddel, geen standaardoplossing. Je maakt eerst je originele versie zo toegankelijk mogelijk. Pas als dat echt niet lukt, kun je denken aan een alternatief.
Wanneer zet je het in?
Een toegankelijk alternatief is bedoeld voor situaties waarin je de originele content niet (of tijdelijk niet) toegankelijk kunt maken, of een beroep doet op onevenredige last.
Denk aan deze voorbeelden:
- Een online aanvraag werkt niet goed met een schermlezer. Je biedt aan om de aanvraag telefonisch of aan de balie te doen, en je meldt dat bij de aanvraag zelf.
- Een besluit staat alleen in een PDF die je niet snel toegankelijk krijgt. Je biedt de inhoud op verzoek aan in een toegankelijke vorm, bijvoorbeeld als tekst of op papier.
- Een dienst loopt via een ontoegankelijk systeem. Je biedt dezelfde dienst met persoonlijke hulp aan de balie.
Voorwaarden
De wet schrijft voor het toegankelijk alternatief geen harde eisen voor. Toch volgen er uit de richtlijn en de praktijk een paar duidelijke voorwaarden.
1. Je maakt het origineel eerst zo toegankelijk mogelijk
Een alternatief is geen reden om de originele versie te laten zoals hij is. De wet vraagt je om content zo toegankelijk mogelijk te maken. Het alternatief vult alleen op wat je echt niet toegankelijk krijgt.
2. Het alternatief is zelf bruikbaar
Het woord toegankelijk staat er niet voor niks. Een route die zelf een drempel opwerpt, lost niks op. Een telefoonnummer helpt iemand die doof is niet. Een balie helpt iemand niet die niet naar kantoor kan komen. Bied daarom liefst meer dan één route. De wet noemt hier geen vaste norm zoals WCAG-niveau AA, maar het alternatief moet wel echt werken voor de mensen die vastlopen.
3. Het geeft toegang tot dezelfde informatie of dienst
Anders dan bij de conforme alternatieve versie hoeft het niet exact dezelfde inhoud te zijn. Maar iemand moet via het alternatief wel bij dezelfde informatie of dienst komen, niet bij een uitgeklede versie.
4. Je legt het vast in de toegankelijkheidsverklaring
Geef per onderdeel aan wat niet toegankelijk is, waarom, en welk alternatief je aanbiedt. Staat het er niet in, dan kan een gebruiker het niet vinden en kan een onderzoeker het niet controleren.
In de wet
Het begrip toegankelijk alternatief komt uit Richtlijn (EU) 2016/2102 over de toegankelijkheid van websites en apps van overheidsinstanties. Twee artikelen vormen de basis:
- Artikel 5, lid 4 zegt dat een overheidsinstantie die een beroep doet op onevenredige last, in de verklaring uitlegt welke delen niet toegankelijk zijn en “in voorkomend geval” toegankelijke alternatieven biedt.
- Artikel 7 verplicht overheidsinstanties om een toegankelijkheidsverklaring te publiceren. De modelverklaring bepaalt dat je moet toelichten welke toegankelijke alternatieven je biedt voor onderdelen die niet toegankelijk zijn.
In Nederland is die richtlijn uitgewerkt in het Besluit digitale toegankelijkheid overheid (BDO), dat is opgenomen in de Wet digitale overheid.
De Europese toegankelijkheidswet (EAA) kent dit begrip niet. Die vraagt bij onevenredige last wel om een beoordeling en documentatie, maar verplicht je niet om een toegankelijk alternatief te bieden.
Checklist toegankelijk alternatief
Kom je content tegen die niet volledig toegankelijk is? Ga dan dit rijtje af:
- Kun je het origineel zelf toegankelijk maken? Doe dat eerst. Dat is altijd de beste optie.
- Lukt dat niet, of doe je een beroep op onevenredige last? Kies dan een alternatieve route die de gebruiker echt helpt. Bied liefst meer dan één (bijvoorbeeld telefoon én balie).
- Geeft het alternatief toegang tot dezelfde informatie of dienst? Zorg dat het geen uitgeklede versie is.
- Is het alternatief makkelijk te vinden? Zet het op de plek waar iemand vastloopt, niet verstopt onderaan de pagina.
- Staat het in je toegankelijkheidsverklaring? Vermeld per onderdeel wat niet toegankelijk is, waarom, en welk alternatief je biedt.
Verschil met de conforme alternatieve versie
Een toegankelijk alternatief is iets anders dan een conforme alternatieve versie uit de WCAG. Een conforme alternatieve versie voldoet zelf volledig aan het gekozen WCAG-niveau. Daardoor mag je het niet-toegankelijke origineel toch meetellen als conform.
Een toegankelijk alternatief maakt je juist niet conform aan de WCAG. Je zet het in als je niet aan een of meer succescriteria voldoet, of als je een beroep doet op onevenredige last. Het is een compensatie, geen conformiteit.
| Conforme alternatieve versie | Toegankelijk alternatief | |
|---|---|---|
| Doel | Laat het niet-toegankelijke origineel meetellen als WCAG-conform | Compenseert een barrière voor de gebruiker |
| WCAG-niveau | Voldoet zelf volledig aan het gekozen niveau | Hoeft zelf niet aan de WCAG te voldoen |
| Vorm | Altijd digitaal | Mag ook niet-digitaal zijn (telefoon, balie, post) |
| Inhoud | Exact dezelfde informatie, functionaliteit en taal | Zelfde informatie of dienst via een andere route |
| Vastleggen | Geen melding in de verklaring nodig | Vermeld je in de toegankelijkheidsverklaring |
Is jouw alternatief zelf een volledig toegankelijke digitale versie met exact dezelfde inhoud? Dan heb je geen toegankelijk alternatief, maar een conforme alternatieve versie.