Resultaten

1.3.1 Info en relaties

Met vormgeving laat je veel structuur zien. Een kop is groot en vet. Een lijst heeft opsommingstekens. Een tabel heeft rijen en kolommen. En een label staat naast het veld waar het bij hoort. Die structuur en die relaties moeten ook in de code staan, of in de tekst zelf. Dan blijven ze bestaan als […]

1.3.3 Zintuiglijke eigenschappen

Mensen met een visuele beperking kunnen een instructie die alleen vorm, kleur, omvang of plek noemt niet (of niet goed) volgen. Een schermlezer kondigt de instructie wel aan, maar vertelt niet welke vorm, kleur of plek een onderdeel heeft. Mensen met een auditieve beperking, missen een instructie die alleen met geluid werkt. Gebruik in instructies […]

1.4.3 Contrast (minimum)

Tekst met te weinig contrast is lastig te lezen. Mensen die slechtziend zijn of minder goed contrast zien, kunnen zulke tekst vaak helemaal niet lezen. Dat geldt ook voor veel ouderen. Gebruik daarom tekst met een contrastverhouding die hoog genoeg is. De contrastverhouding is een maat voor het verschil in helderheid tussen twee kleuren. Het […]

2.4.2 Paginatitel

Elke webpagina heeft een titel nodig die beschrijft waar de pagina over gaat. Zo weten gebruikers waar ze zijn, zonder eerst de content te lezen. Die titel zie je in je browser als de naam van een tabblad. Zo kunnen mensen de pagina terugvinden, ook als er bijvoorbeeld meerdere tabbladen open staan. Ook hulptechnologieën maken […]

2.4.4 Linkdoel (in context)

Gebruikers moeten begrijpen wat een link doet of waar die naartoe gaat, voordat ze de link volgen. Dat kan door een duidelijke linktekst te schrijven, of door de context van de link te gebruiken om het duidelijk te maken. Schermlezers kunnen een overzicht tonen van alle links op een pagina. In dit overzicht staan alle […]

2.4.6 Koppen en labels

Koppen en labels beschrijven waar content over gaat of waar een bedieningselement voor is. Zo vinden gebruikers sneller wat ze zoeken. Het gaat om het label dat iedereen ziet: de tekst of het icoon bij een bedieningselement. Koppen en labels hoeven niet lang te zijn. Eén woord of zelfs één teken is genoeg, als het […]

3.1.1 Taal van de pagina

Geef in de code aan in welke taal je pagina is geschreven. Voorleessoftware gebruikt die taal om de tekst goed uit te spreken. Staat de taal er niet of verkeerd in? Dan leest voorleessoftware een Nederlandse tekst misschien voor met een Engelse uitspraak. Die is niet zo goed te verstaan. Ook brailleleesregels en browsers gebruiken […]

3.1.2 Taal van onderdelen

Soms staat er tekst op je pagina in een andere taal dan de hoofdtaal. Bijvoorbeeld een Engels citaat in een Nederlandse tekst. Dat heet een taalwissel. Geef in de code aan in welke taal die tekst is geschreven. Voorleessoftware gebruikt die taal om de tekst goed uit te spreken. Als je de taalwissel niet aangeeft, […]

3.2.4 Consistente identificatie

Onderdelen met dezelfde functie moeten op alle pagina’s van je website een consistente naam hebben. Heet de zoekknop op de ene pagina “Zoeken”? Noem hem dan op een andere pagina niet “Vind” of “Doorzoek website”. Dat geldt ook voor verschillende onderdelen die hetzelfde doen, zoals een link “Inloggen” in de header en een knop “Aanmelden” […]