Resultaten

1.1.1 Niet-tekstuele content

Niet-tekstuele content is alles op een pagina wat geen gewone tekst is. Denk aan foto’s, illustraties, iconen, grafieken, emoji, geluiden en video’s. Geef deze content een tekstalternatief. Dat is een tekst die dezelfde informatie geeft als de content zelf, of hetzelfde doet. Mensen met een visuele beperking kunnen deze niet-tekstuele content niet (of niet goed) […]

1.4.5 Afbeeldingen van tekst

Gebruik echte tekst in plaats van een afbeelding van tekst, als je dezelfde weergave ook met HTML en CSS kunt maken. Mensen kunnen echte tekst aanpassen aan hun eigen behoeften. Zo kunnen mensen die slechtziend zijn of mensen die dyslexie hebben bijvoorbeeld de grootte, de kleur, het lettertype of de regelafstand van de tekst aanpassen. […]

1.4.11 Contrast van niet-tekstuele content

Mensen die slechtziend of kleurenblind zijn, zien onderdelen met weinig contrast slecht of helemaal niet. Denk aan een lichtgrijze rand om een invoerveld of een bleek icoon. Zorg daarom dat bedieningselementen en informatieve afbeeldingen goed te zien zijn tegen de kleuren ernaast. Succescriterium 1.4.11 vraagt een contrastverhouding van minstens 3:1. Het gaat om de visuele […]

2.3.1 Drie flitsen of beneden drempelwaarde

Flitsende content kan bij mensen met fotosensitieve epilepsie een aanval veroorzaken. Daarom mag content niet vaker dan 3 keer per seconde flitsen. Een flits is een snelle wisseling van licht naar donker en weer terug, of andersom. Flitsen van en naar fel rood zijn extra gevaarlijk. Flitst content toch vaker dan 3 keer per seconde? […]

2.5.3 Label in naam

Een bedieningselement heeft vaak twee soorten tekst. Het label is de tekst die je op het scherm ziet, op of vlak bij het element. De toegankelijke naam is de tekst waarmee hulptechnologie het element herkent, zoals een schermlezer of spraakbediening. Dit succescriterium vereist dat de toegankelijke naam de tekst van het label bevat: in zijn […]